Definify.com

Definition 2024


toeleiden

toeleiden

Dutch

Noun

toeleiden

  1. to induce

Inflection

Inflection of toeleiden (weak, separable)
infinitive toeleiden
past singular leidde toe
past participle toegeleid
infinitive toeleiden
gerund toeleiden n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular leid toe leidde toe toeleid toeleidde
2nd person sing. (jij) leidt toe leidde toe toeleidt toeleidde
2nd person sing. (u) leidt toe leidde toe toeleidt toeleidde
2nd person sing. (gij) leidt toe leidde toe toeleidt toeleidde
3rd person singular leidt toe leidde toe toeleidt toeleidde
plural leiden toe leidden toe toeleiden toeleidden
subjunctive sing.1 leide toe leidde toe toeleide toeleidde
subjunctive plur.1 leiden toe leidden toe toeleiden toeleidden
imperative sing. leid toe
imperative plur.1 leidt toe
participles toeleidend toegeleid
1) Archaic.

Synonyms

  • induceren

Derived terms

Anagrams

  • leiden toe