Definify.com

Definition 2024


uitbundig

uitbundig

Dutch

Adjective

uitbundig (comparative uitbundiger, superlative uitbundigst)

  1. overwhelming
  2. exuberant, energetic

Inflection

Inflection of uitbundig
uninflected uitbundig
inflected uitbundige
comparative uitbundiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial uitbundig uitbundiger het uitbundigst
het uitbundigste
indefinite m./f. sing. uitbundige uitbundigere uitbundigste
n. sing. uitbundig uitbundiger uitbundigste
plural uitbundige uitbundigere uitbundigste
definite uitbundige uitbundigere uitbundigste
partitive uitbundigs uitbundigers

Derived terms