Definify.com

Definition 2024


tochtig

tochtig

Dutch

Adjective

tochtig (comparative tochtiger, superlative tochtigst)

  1. draughty, drafty, windy, having currents of air
    • 1986, S. F. Kelly & R. J. Kelly, Hypnose als therapie bij mentale en lichamelijke problemen, Tjalling Bos (tr.), 166.
      Hij heeft zijn handen en voeten naar de stralingswarmte van het vuur uitgestrekt, maar hij leunt met zijn hoofd tegen een koud en tochtig raam.
  2. (livestock, especially cattle) being in oestrus, being on heat

Inflection

Inflection of tochtig
uninflected tochtig
inflected tochtige
comparative tochtiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial tochtig tochtiger het tochtigst
het tochtigste
indefinite m./f. sing. tochtige tochtigere tochtigste
n. sing. tochtig tochtiger tochtigste
plural tochtige tochtigere tochtigste
definite tochtige tochtigere tochtigste
partitive tochtigs tochtigers