Definify.com

Definition 2024


huiselijk

huiselijk

Dutch

Alternative forms

  • huislijk

Adjective

huiselijk (comparative huiselijker, superlative huiselijkst)

  1. domestic
  2. cozy

Inflection

Inflection of huiselijk
uninflected huiselijk
inflected huiselijke
comparative huiselijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial huiselijk huiselijker het huiselijkst
het huiselijkste
indefinite m./f. sing. huiselijke huiselijkere huiselijkste
n. sing. huiselijk huiselijker huiselijkste
plural huiselijke huiselijkere huiselijkste
definite huiselijke huiselijkere huiselijkste
partitive huiselijks huiselijkers