Definify.com

Definition 2024


bedrukt

bedrukt

Dutch

Verb

bedrukt

  1. second- and third-person singular present indicative of bedrukken
  2. (archaic) plural imperative of bedrukken

Participle

bedrukt

  1. past participle of bedrukken

Declension

Inflection of bedrukt
uninflected bedrukt
inflected bedrukte
comparative
positive
predicative/adverbial bedrukt
indefinite m./f. sing. bedrukte
n. sing. bedrukt
plural bedrukte
definite bedrukte
partitive bedrukts