Definify.com

Definition 2024


aantrekkend

aantrekkend

Dutch

Participle

aantrekkend

  1. present participle of aantrekken

Declension

Inflection of aantrekkend
uninflected aantrekkend
inflected aantrekkende
comparative
positive
predicative/adverbial aantrekkend
aantrekkende
indefinite m./f. sing. aantrekkende
n. sing. aantrekkend
plural aantrekkende
definite aantrekkende
partitive aantrekkends